• Home
  • Geschiedenis
  • Stamboom
  • Gastenboek
  • Contact

Hoevenaar Genealogie en Familie Geschiedenis 1430 - 2009

Jan van Riebeek

Door MR. P. J. W. BELTJES.

Jan van Riebeeck werd geboren te Culemhorg op 21 April 1619 uit het huwelijk van Anthony van Riebeeck, burger van Culemborg en chirurgijn aldaar, met Elisabeth  Govertsdochter. Zowel van vaders- als moederszijde stamde Jan van Riebeeck uit regenten- families. Zijn vader was een zoon van Jan van Riebeeck en Geertruid HOEVENAER. De van Riebeeck’s woonden in de l6de eeuw te Wijk bij Duurstede en tal van leden van dit geslacht hadden aldaar zitting in de regering. Zijn moeder, Elisabeth Govertsdr, was de dochter van de Culemborgse notaris en procureur Goyen Anthonisz. en sproot van moederszijde uit aanzienlijke Culemborgse geslachten. Eind 1622 verliet het gezin van Riebeeck de stad Culemhorg en vestigde zich te Schiedam, alwaar wij “meester Anthony” in zijn oude beroep van chirurgijn terugvinden In de dertiger jaren komt hij als zodanig voor bij het te Schiedam in garnizoen liggende regiment van de kolonel Morgan. Op jeugdige leeftijd verloor Jan van Riebeeck zijn moeder. Nadat zij in 1623 het leven had geschonken aan een dochtertje, Geertruyd, en in 1626 en 1628 aan twee jong gestorven zoontjes, overleed Elisabeth Govertsdr. Op 7 November 1629. Zij werd op 10 November daaraanvolgende in de Grote Kerk te Schiedam begraven. Zijn vader hertrouwde met Elsgen Burgers, die zich naar alle waarschijnlijkheid met de verdere opvoeding van Jan en Geertruyd heeft belast. Te Schiedam groeide Jan van Riebeeck op tot jongeman en aldaar ontving hij wellicht ook zijn opleiding tot chirurgijn, het beroep van zijn vader. Uit van Riebeecks brieven is bekend, dat hij naar Groenland en de West is geweest. Aangenomen kan worden, dat hij deze tochten vóór 1639 als chirurgijnsleerling heeft gemaakt. Mogelijk heeft hij op een van deze reizen zijn vader vergezeld; van deze is nl. bekend, dat hij zich in 1637 op de vaart naar West-Indië bevond. Volgens een op andere punten betrouwbaar gebleken familie-overlevering zou zijn vader Anthony van Riebeeck op 1 Mei 1639 te Pernambuco in Brazilië zijn gestorven. Elsgen Burgers overleed in 1651 te Schiedam. Inmiddels was Jan van Riebeeck in April 1639 als onderchirurgijn in dienst getreden bij de Kamer van Delft van de Oost-Indische Compagnie en met het schip “het Hof van Holland” uitgevaren naar Oost-Indië. Na schipbreuk te hebben geleden op de kust van West-Afrika en na een maandenlang verblijf aldaar, bereikte hij tenslotte met het schip “de Sutphen” in 1640 Batavia. Daar werd hij al spoedig “aan depenne geholpen”, de eerste stap tot een profitabele Compagnie’s loopbaan. Het staat vast, dat de jonge pennist goede relaties had op het Kasteel te Batavia, doch deze relaties zullen stellig ook hoge eisen aan hem hebben gesteld; de gouverneur-generaal Antonio van Diemen, eveneens uit Culemborg afkomstig, was een neef van Jan van Riebeeck! Na enige jaren als Klerk ter Secretarie werkzaam te zijn geweest werd hij in 1642 in de rang van Assistent als secretaris mede gezonden met een Ambassade naar de vorstin van Atjeh. Vervolgens, in April 1643, verkreeg hij zijn bevordering tot Onderkoopman en werd hij geplaatst hij de Japanse “Omslag”. Hierbij diende hij de O.I.C. op Decima; daarna was hij op Tayouan en in Tonkin, totdat hij in de zomer van 1647 naar Batavia werd teruggeroepen. Gedurende die jaren heeft hij zich voor de Compagnie zeer verdienstelijk gemaakt, bekwaamde hij zich in de zijdehandel en werd hij zeer bedreven in de Tonkinese taal. Geruime tijd was hij waarnemend Hoofd in Tonkin; in 1646 werd hij aangesteld tot Secunde aldaar en bevorderd tot Koopman. Het drijven van particuliere handel, een kwaad, dat vrijwel alle dienaren der Compagnie bedreven, leidde tot zijn ontslag. Wel ondervond hij waardering bij de Hoge Regering: met behoud van titel en gage voer hij in 1648 per “Coninck van Polen” naar patria terug.
De 10de Augustus 1648 kwam hij, zoals hij zelf schrijft “Gode lof kloek en gesond, mitsgaders redelijk geprofiteert, binnen de Stad van Amsterdam aan land“. Hij vestigde zich aldaar als koopman en trad het jaar daarop (1649) te Schiedam in het huwelijk met de negentienjarige Maria de la Queillerrie. Te Amsterdam woonde hij na zijn huwelijk eerst enkele maanden in het huis “de Samaritaan” op de Egelantiersgracht en vervolgens op de Nieuwe Waal. In Juli 1651 trad hij wederom in dienst der Oost-Indische Compagnie om “aan de Cabo de Boa Esperanca een bequame fortresse op te werpen tot een rendez-vous voor de gaande en komende Schepen van en na India “. Op Kerstavond 1651 zeilde hij op het schip de “Drommedaris” met een kleine vloot uit van de rede van Texel. Na een voorspoedige reis werd op 6 April 1652 de Tafelhaai bereikt waar hij terstond een begin maakte met de aanleg van de forteres “de Goede Hope “. Tien lange moeilijke jaren duurde zijn arbeidzaam verblijf aan de Kaap. Wat hij, toen hij het ondernam, niet had willen en niet had kunnen voorzien, werd zijn levenswerk: de stichting van de Nederlandse volksplanting in Zuid-Afrika. In 1662 droeg hij het Commandeurschap aan de Kaap over aan zijn opvolger, Zacharias Wagenaar, en vertrok hij met zijn gezin naar Batavia. Na aldaar korte tijd lid van de Raad van Justitie te zijn geweest, werd hij benoemd tot Commandeur en President van Malakka, welke functie hij op 1 November 1662 aanvaardde. Hier ontviel hem op 2 November 1664 zijn toegewijdde echtgenote, Maria de la Queillerie, die hem bij zijn zware pioniersarbeid aan de Kaap steeds trouw terzijde had gestaan. Zij had hem acht kinderen geschonken. Na Maria’s overlijden drong hij aan op “verlossing”naar het  vaderland en op 14 October 1665 kon hij zijn ambt overdragen aan zijn opvolger. Te Batavia aangekomen wijzigde hij zijn plannen, daar de post van secretaris van de Hoge Regering openviel. Op 24 November werd hij aangesteld in deze functie, welke hij tot zijn dood zou bekleden. in 1667 hertrouwde hij met Maria Scipio, die hem een zoon schonk.
Op 18 Januari 1677, na een ziekbed van vijf maanden, overleed Jan van Riebeeck te Batavia. De dag daarop werd hij met grote statie in tegenwoordigheid van de gouverneur-generaal en de raden van Indië ter aarde besteld in zijn grafkelder op het (Binnen) Portugeesche kerkhof. Het grafschrift hield daar tot in de vorige eeuw (de grafzerk is naderhand in stukken gebroken; enkele fragmenten zijn in het begin van deze eeuw teruggevonden en nadien aan het museum te Kaapstad geschonken) de herinnering wakker aan het levenswerk van deze grote pionier:

HIER ONDER LIGT BEGRAVEN DEN
E. Hr. JOHAN VAN RIEBEECK EERSTE
STICHTER DER COLONIE AAN CABO
DE BOA ESPERANCE EN OVD PRE
SIDENT VAN MALACCA IONGST
SECRETARIS VAN DE HOOGE REGE
RINGE VAN INDIA OBIIT I8en IA
NVARYAO 1677 OVD 58 JAAREN

 

Hoevenaar Kunst

  • - Hoevenaar Art
  • -Hoevenaar Glass
  • - Hoevenaar Clocks
  • - Nieuwe virtuele aanwinsten

Uitgelicht

  • - Laatste Nieuws
  • -Patriottenlint
  • - Scheepsjournaal Hoevenaar
  • - Jan van Riebeek
  • -
  • -
  • -
  • -

Copyright 2009. Design by Hans Hoevenaar.